Zoeken
  • futselaar

Limburg en integriteit


Een roerige politieke tijd in de provincie Limburg, waar in korte tijd zowel alle gedeputeerden als de gouverneur (CdK) hun ontslag indienden vanwege de zoveelste integriteitskwestie. Andermaal lijkt er sprake van een sterke ons-kent-ons cultuur, waarbij een voormalig gedeputeerde als directeur van een landschapsstichting grote bedragen naar zijn eigen BV's doorsluiste door de stichting zijn eigen bedrijven te laten inhuren. Een stichting die vooral met overheidsgeld werd bekostigd. Daar komt bij dat het zeker niet de eerste integriteitskwestie was die het Limburgse bestuur raakte. Eerder al bleken gedeputeerden nevenfuncties te hebben waar vraagtekens over gesteld kunnen worden, en bleek het de gewoonte om voormalige provinciebestuurders aan goedbetaalde functies te helpen.


Het is goed te benadrukken dat in geen van deze casussen vooralsnog de wet lijkt te zijn gebroken, als zijn er nog onderzoeken bezig. Dat is ook niet noodzakelijk bij integriteitsvraagstukken. Het gaat in de eerste plaats om belangenverstrengeling, waarbij het niet noodzakelijk is dat bewezen is dat een bestuurder daadwerkelijk actief misbruik heeft gemaakt van diens positie. Het feit dat de mogelijkheid er is, is al erg genoeg. Sterker nog, zelfs de schijn van belangenverstrengeling is al problematisch.


In essentie zijn alle geschreven en ongeschreven integriteitsregels er in de eerste plaats om politici te beschermen, al zien de afgetreden Limburgers dat nu misschien anders. Maar juist door het vermijden van zelfs de schijn van belangenverstrengeling beschermen bestuurders zich tegen kritiek en verwijten van burgers op hun beleid. Politici worden geacht te handelen in het algemeen belang, en hoewel je altijd kritiek kunt uitoefenen op beleid, zou die kritiek niet moeten zijn dat ze vooral in hun eigen belang werken.


Als het gaat om de onverenigbaarheid van nevenfuncties voor politieke ambtsdragers biedt de wet een duidelijke basis (Artikelen 13, 36b, 68 Gemeentewet, artikelen 13, 35c, 67 Provinciewet, artikelen 31, 45, 47 Waterschapswet). Het ministerie van BZK heeft een handleiding gepubliceerd over hoe om te gaan met een integriteitsscan voor kandidaat-politici, die specifiek ook op belangenverstrengeling ingaat. Ook de VNG heeft een uitstekende en uitgebreide handleiding (pdf).


Los van alle wettelijke voorschriften, gedragscodes en beleidsregels is integriteit ook vooral iets dat in de politieke cultuur moet worden opgenomen. Cruciaal daarbij zijn transparantie, de mogelijkheid elkaar aan te spreken en bij elkaar te rade te gaan over dillema's. In een college van B&W of GS is het aan de burgemeester en de CdK om te zorgen dat er periodiek gesproken wordt over integriteit. Dat zou geen 'moetje' moeten zijn maar een serieuze discussie over wat wel en niet acceptabel is. Ook volksvertegenwoordigers doen er goed aan af en toe in gesprek te gaan over integriteitsissues, want zij worden er net zo goed mee geconfronteerd. Daarbij kan het natuurlijk nooit kwaad een externe training in te zetten om te zorgen dat vreemde ogen eens kritisch meekijken.

2 keer bekeken0 reacties